Levensverhaal

Trainingen

Onze methoden

Onderzoek en praktijk

Partners

Ervaringen

 

Trainingen levensverhaal

Reliëf biedt in samenwerking met verschillende partners trainingen aan voor het werken met levensboeken.

Deze trainingen kunnen het karakter hebben van een kennismaking met de methode Mijn leven in kaart, of meer verdiepend zijn wanneer u al ervaringen heeft in het werken met levensboeken. Het uitgangspunt is de praktijk: met welke doelgroep wilt u levensboeken maken, wenst u een training voor vrijwilligers, verzorgenden of voor pastores, met welke methoden van levensverhalen kunt u / wilt u werken. In samenwerking met één van de partners van Reliëf of vanuit uw eigen achtergrond in de zorg kan er natuurlijk ook een training op maat worden verzorgd.

Klik hier voor een voorbeeld van een trainingsprogramma op training mijn leven in kaart.

Voor meer informatie over trainingsmogelijkheden, zowel voor het maken van levensboeken als voor de methode Mijn leven in fragmenten kunt u contact opnemen met Reliëf, mail of 0348-748880

Als u duidelijk aangeeft wat uw verzoek is, brengen wij u in contact met een deskundige trainer.

 

Onze levensverhaalmethoden

 

Met oudere migranten in gesprek over hun levensverhaal

Mijn leven in kleurMet%20oudere%20migranten%20in%20gesprek%

Auteurs: Paulien Matze, Wout Huizing en Yvonne Heygele(Reliëf / Bohn, Staffleu van Loghum 2014)129 pag. € 19,95Een praktisch hulpmiddel om levensverhalen van oudere migranten uit alle windstreken te beluisteren of op te tekenen. Het biedt een schat aan materiaal om gesprekken met deze 'pioniers' van de eerste generatie migranten in Nederland te voeren. Gesprekken over hun komst naar Nederland, over oud worden in Nederland, over hun cultuur en belevenissen.

De ervaring leert dat vertellen over het eigen leven, erkenning krijgen voor de moeilijkheden die de migratie naar Nederland en het opbouwen van een nieuw leven met zich meebrachten, goed doet. Ook is het voor veel oudere migranten belangrijk hun geschiedenis, tradities en gebruiken aan het nageslacht over te dragen.

 

In gesprek met mensen met dementie

De kracht van persoonlijke verhalen

Auteurs: Marie-Elise van den Brandt-van Heek en Wout Huizing
(Reliëf / Bohn, Staffleu van Loghum 2014)
104 pag. en 46 gesprekskaarten in een doos € 41,90

I%20G%20M%20M%20M%20D%20.jpg

Deze uitgave is een praktisch hulpmiddel om te communiceren met mensen met dementie. Dit is lang niet altijd eenvoudig. Het vraagt om inzicht en vaardigheden hoe dergelijke gesprekken te voeren en aan te sluiten bij de belevingswereld van iemand met dementie. Om het contact te stimuleren en om de persoon met dementie zoveel mogelijk zelf aan het woord te laten, biedt deze uitgave:

  • Een handleiding met talloze praktische tips en handvatten
  • 45 Themakaarten met per onderwerp twee foto's die herinneringen oproepen bij jongere en oudere mensen met dementie.
  • Een aparte toelichting voor de begeleider van het gesprek met belevingsgerichte voorbeeldvragen.
  • Informatie over andere hulpmiddelen bij gesprekken.
  • Specifieke aandacht voor zorgmedewerkers hoe de verhalen van de mens met dementie in het zorgleefplan geïntegreerd kunnen worden.

 

Mijn leven in kaart

CAwdEAwUUkZDWy4FGxwXHA0IDBdJQEBf&type=jp

Auteurs: Wout Huizing en Thijs TrompMet ouderen in gesprek over hun levensverhaal

(Reliëf / Bohn, Staffleu van Loghum 2013)
69 pag. en 50 gesprekskaarten in een doos € 37,90

Mijn leven in kaart is een jarenlang beproefde methode die handvatten biedt aan zorgverleners, familieleden en vrijwilligers om met ouderen een levensboek te maken. Het doosje bevat een handleiding en 50 kaarten. Uitleg van de methode en achtergrondinformatie over het belang van levensverhalen staan beschreven in de handleiding. De gebruiker krijgt veel tips over het voeren van gesprekken en het schrijven en vormgeven van het levensboek. Daarnaast biedt deze methode 50 prachtig geïllustreerde themakaarten met (voorbeeld)-vragen over vijf verschillende levensthema's. Deze tweede herziene uitgave bevat veel feedback van gebruikers en meer tips en achtergrondinformatie. Op basis van resultaten van wetenschappelijk onderzoek is de theorie over het belang van levensverhalen verder uitgewerkt.

 

Het verleden als uitdaging

auteur: Thijs Tromp
(Boekencentrum 2011)
CAwdEAwUUkFAWy4FGxwXHA0IDBdJQEBf&type=jp291 pag. € 25,90

Een actuele studie naar de effecten van het maken van levensboeken op zingeving bij ouderen en een pleidooi om life review in te zetten in de ouderenzorg.

In de ouderenzorg krijgt het terugkijken op het geleefde leven een steeds grotere plaats. Deze dissertatie onderzoekt welke effecten het ophalen van autobiografische herinneringen heeft op de manier waarop ouderen in levensverhalen de betekenis van hun levensloop verwoorden. Het boek bevat een beschrijving van de opkomst en verspreiding van life review en een doordenking van de relatie tussen ouderdom, zingeving en het levensverhaal. Een theoretisch model van de verhalende constructie van zin biedt het kader voor de analyse van 129 levensverhalen. Het boek sluit af met een theologische duiding en concrete aanbevelingen om life review op een adequate manier in te zetten in de zorg voor ouderen.

 

Sprekende handen

auteurs: Paula Irik en Irene Maijer-Kruijssen
(Bohn Stafleu van Loghum 2010)
157 pag. met DVD € 48,90
 UITVERKOCHT

'Sprekende handen' is een uniek werkboek met een methodiek voor ontmoetingsgroepen met en voor dementerende mensen, wonend op psychogeriatrische afdelingen in verpleeg- en verzorgingste

CAwdEAwUUkFAXC4FGxwXHA0IDBdJQEBf&type=jp

huizen. De methodiek is in de praktijk ontwikkeld en sluit aan bij die stromingen in de ouderenzorg die de beleving van oude mensen zelf, en de aandacht voor hun eigen levensverhaal centraal stellen. Dat blijkt zeer goed te werken.

Eerst geven de auteurs informatie over de methodiek en over hun samenwerking als muziektherapeut en geestelijk verzorger. Vervolgens worden 46 uitgewerkte programma's voor groepsbijeenkomsten beschreven, die als kapstok dienen voor de bijeenkomsten. Als thema voor deze programma's is gekozen: 'Sprekende handen', waarbij de handen de levensverhalen van ouderen symboliseren.

De ontmoetingsgroepen hebben een vaste structuur. In een groep van vijf tot zeven deelnemers ontmoeten bewoners elkaar wekelijks om de tafel in een voor hen vertr
ouwde omgeving. De bijeenkomst duurt maximaal een uur en kent iedere week hetzelfde draaiboek, dat in dit boek precies beschreven wordt.
Dit werkboek bevat een dvd, met filmfragmenten van bijeenkomsten van ontmoetingsgroepen, die de tekst nader illustreren. In het boek zijn verwijzingen opgenomen naar deze filmfragmenten.'Sprekende handen' is bedoeld voor geestelijk verzorgers, muziektherapeuten en professionals werkzaam in de ouderenzorg zoals verzorgenden, persoonlijk begeleiders, woonbegeleiders en activiteitenbegeleiders. Ook familieleden en vrienden van dementerende ouderen kunnen baat hebben bij dit werkboek.

 

Onderzoek en praktijk

In het werken in ouderenzorg en -welzijn, worden levensboeken al lang als waardevol beschouwt. Reflecteren op het eigen levensverhaal kan mensen helpen "grip" te krijgen op de levensloop, het kan houvast en troost bieden, zingeving, maar ook de mogelijkheid van overdracht op de volgende generatie. Daarnaast biedt het levensverhaal een bijzonder waardevolle bron van informatie voor (de hulpverlening in) de omgeving van de oudere.

De onderzoekers vroegen zich af hoe het kan dat zoiets schijnbaar simpels als het vertellen van een levensverhaal effecten kan hebben op welbevinden en de kwaliteit van de geboden zorg. Daarom heeft de projectgroep rondom die centrale vraag een aantal deelvragen ontwikkelt, en van de uitkomsten wordt hieronder verslag gedaan. Het basisonderzoek is in 2010 afgesloten, maar de implementatie van de resultaten gaat door, net als het werken met levensverhalen een never ending story is.

Waarom werken we met levensverhalen? De narratieve benadering in de zorg

Reliëf zet zich al jaren in voor meer aandacht voor het levensverhaal in de zorg. Want aandacht voor het levensverhaal hoort bij goede zorg, verleend vanuit een christelijk perspectief.

Goede zorg staat of valt met de manier waarop we de zorgrelatie aangaan en onderhouden. Vanuit christelijk perspectief zijn eerbied, aandacht, liefde, vertrouwen, hoop, geduld, moed en opoffering richtinggevend. Deze typering is uiteraard niet exclusief christelijk – gelukkig niet. We merken bij Reliëf hoeveel zorgverleners, bestuurders en cliënten deze visie delen.

Vanuit deze visie zet Reliëf zich in voor een verhalende of narratieve benadering in de zorg. Om minstens vier redenen:

  • In de eerste plaats leren zorgverleners en cliënten elkaar door de aandacht voor het levensverhaal op een andere manier kennen. Zorgverleners leren te begrijpen wat het omgaan met iemands ziekte of handicap voor de cliënt betekent. Zo kan de zorgrelatie verbeteren en kan de zorg beter aansluiten bij de persoonlijke betekenisgeving van de cliënt.
  • In de tweede plaats helpt de aandacht voor het levensverhaal de cliënt om haar identiteit in stand te houden. Vooral in de context van een instelling (bijvoorbeeld intramurale voorzieningen voor gehandicapten, gesloten jeugdinrichtingen, verpleeghuizen of verzorgingshuizen) kan de persoonlijke identiteit onder druk komen. De leefomgeving drukt immers een belangrijk stempel op de persoonlijke identiteit. Verhuizen naar een instelling brengt altijd verlies met zich mee. Bestaande contacten veranderen van karakter en de vertrouwde woonomgeving moet achtergelaten worden. Als de instelling bewoners ook nog reduceert tot rechtspersonen die aanspraak maken op contractueel vastgelegde diensten en producten, dan is de kans op hospitalisatie en identiteitsverlies groot. Aandacht voor het levensverhaal, op verbale maar ook op non-verbale wijze, kan helpen de bestaande identiteit te ondersteunen en die identiteit te verbinden met de nieuwe omgeving.
  • In de derde plaats blijkt het levensverhaal een goede ingang te zijn om met cliënten over hun zinervaring te communiceren. Dat geldt niet alleen voor de zeer oude mens of de terminaal zieke patiënt die de behoefte hebben om de balans van hun leven op te maken. Ook voor andere cliënten vormt de communicatie over het eigen levensverhaal vaak een aanleiding om de zin van het eigen leven ter sprake te brengen. Het is niet toevallig welke gebeurtenissen een centrale plaats krijgen in het levensverhaal. Die wandeling met oma, dat bezoek aan de Apenheul, van dat ik ontdekte dat ik anders was dan anderen. De gebeurtenissen krijgen hun betekenis in de context van het levensverhaal. En dat verhaal vraagt om onderhoud. De voortgang van het leven vraagt om voortdurende herziening van het levensverhaal. En dat kan een mens niet alleen. Daar praat hij graag over met mensen die hem vertrouwd zijn. Bij de toenemende individualisering kan verwacht worden dat cliënten een groter beroep gaan doen op zorgverleners om met hen te communiceren over waar het op aan komt.
  • De vierde reden ligt in de verbindende kracht van verhalen. Door het luisteren naar en het vertellen van verhalen ontstaat een band. Niet alleen een emotionele band, er groeit ook een gezamenlijk verhaal. Verhalen delen, is verhalen verknopen. In onze tijd staat het zoeken naar een gemeenschappelijke identiteit volop in de belangstelling. Verhalen lijken geschikt om die zoektocht vorm te geven en tegelijk te werken aan nieuwe vormen van gemeenschap. Dat verklaart mogelijk het succes van projecten in grote steden waarin vrijwilligers met ouderen levensboeken maken. Zijn we weer op zoek naar de overdracht van waarden en wijsheid?

Een overvloed aan methoden
Inmiddels is er een bont scala aan verhalende methoden ontwikkeld. Vrijwilligers, activiteitenbegeleiders, creatieve therapeuten, verpleegkundigen, verzorgenden, psychologen, psychiaters en geestelijk verzorgers ontwikkelden levensverhaalmethoden of integreerden de narratieve benadering in hun werk. Deze ontwikkeling vindt plaats in praktisch alle sectoren en doelgroepen in de zorg. Kinderen, gezinnen, ouderen, mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, mensen met een chronische ziekte of een psychiatrische stoornis, dak- en thuislozen, migranten, pleegzorgjongeren etc. De methoden kunnen globaal ingedeeld worden in: 1) reminiscentieactiviteiten (het ophalen van liefst positieve herinneringen, in groepen of individueel aan de hand van zintuiglijke triggers), 2) life review (individueel, gestructureerd en evaluerend terugblikken op de gehele levensloop), 3) autobiografisch schrijven (het individueel of groepsgewijs vervaardigen van teksten over thema’s uit het eigen leven), 4) life history (het reconstrueren van het levensverhaal van de cliënt om doelen voor zorg en behandeling vast te stellen), 5) narratieve coaching (het inslaan van nieuwe wegen aan de hand bezinning op het levensverhaal in overgangsfasen) en 6) narratieve therapie (het vinden van een adequaat levensverhaal door herinterpretatie of het integreren van onverwerkte gebeurtenissen). Al deze methoden hebben uiteenlopende doelstellingen: het ondersteunen van de persoonlijke identiteit, het optimaliseren van de zorg, het zoeken naar nieuwe doelen in het leven, het opmaken van de levensbalans, de integratie van levenservaringen in een adequaat levensverhaal of combinaties hiervan.

De toekomst
De aanwas van methoden en benaderingen kan ertoe leiden dat je de weg kwijtraakt. Alles lijkt narratief, maar narratief is nog niet alles. Voor de toekomst is er daarom behoefte aan een eenduidiger omschrijving van de narratieve methoden en hun doelen. Daarnaast moet gewerkt worden aan verdere integratie van het levensverhaal in de bestaande zorgverlening, bijvoorbeeld in behandelplannen en in het zorg-leefplan. Anders blijft verhalend werken slechts een exotisch extraatje. Ten slotte is onderzoek naar de effecten van narratief werken van belang. Over de positieve effecten wordt veel beweerd en het enthousiasme is groot (dat bleek ook weer op het congres), maar beleidsmakers en bestuurders willen toch ook graag enige evidentie zien.

Onderzoek

Om die vraag te beantwoorden, deden we onderzoek naar het effect van het werken met levensboeken op het welbevinden van oudere zorgvragers, op de zorgrelatie tussen zorgvragers, zorgverleners en mantelzorgers en op de organisatie van zorg. Het onderzoek is tussen 1 december 2004 en 1 december 2008 uitgevoerd door een consortium van PThU, KASKI en Reliëf onder leiding van prof.dr.R.R. Ganzevoort en gefinancierd door ZonMw in het kader van het programma Gezond Leven. Aanvullende financiering werd verkregen van Stichting Deo Volente en Stichting Het Zonnehuis.

Het project had tot doel de effecten van het werken met levensboeken op vier plaatsen te onderzoeken:

  • op het welbevinden van ouderen
  • op de kwaliteit van de zorgrelatie
  • op de manier hoe ouderen vertellen over hun leven
  • onderzoek naar de implementie van het werken met levensboeken

Hiervoor is een quasi-experimenteel onderzoek opgezet waarin een groep hoogbejaarde zorgvragers een levensboek heeft gemaakt samen met een daarvoor getrainde verzorgende. De experimentele groep werd vergeleken met een controlegroep vergelijkbare zorgvragers die geen levensboek maakte maar wel gedurende de onderzoeksperiode extra aandacht kreeg. Bij beide groepen werd vooraf, direct na het maken van het levensboek (of de vergelijkbare periode) en vijf maanden daarna een vragenlijst afgenomen inzake welbevinden en kwaliteit van de zorgrelatie. Tegelijk werden de participanten uitgenodigd hun levensverhaal te vertellen. Dit verhaal werd opgenomen en later getranscribeerd, om het voor analyse geschikt te maken. Zo ontstonden twee soorten data, kwantitatief en kwalitatief.

De uitkomsten van het onderzoek zijn als volgt samen te vatten:

  1. Ondanks de hoge leeftijd van de betrokken ouderen en de relatief lichte interventie is er sprake van een robuust effect van de levensboekmethode op de narratieve competentie en constructie van zin in levensverhalen.
  2. De bewoners zijn tevreden over het levensboek, dat voor hen heel verschillende functies vervult.
  3. Aandacht, al dan niet in de vorm van een levensboekmethode, wordt ook blijkens dit onderzoek positief gewaardeerd.
  4. Het specifieke effect van een levensboekmethode op welbevinden en kwaliteit van de zorgrelatie boven niet-specifieke aandacht blijkt gering.
  5. Het maken van een levensboek heeft wel positieve effecten bij bewoners met een lage mentale gezondheid.
  6. Bij de implementatie van het werken met levensboeken zijn inbedding in een integrale zorgvisie en differentiatie naar doelgroep en doelstelling essentieel.

Het project heeft niet alleen deze onderzoeksuitkomsten opgeleverd, maar ook een belangrijke stimulans gegeven aan het werken met levensboeken in de ouderenzorg. Vanaf het begin is implementatie een belangrijk aandachtspunt in het project geweest. Er is een levensboekmethode ontwikkeld en gepubliceerd (Mijn leven in kaart) die in verschillende zorgcontexten verder wordt ontwikkeld (waaronder vrijwilligersprojecten en de zorg voor dementerende ouderen). Verder is er door Reliëf een congres voor zorgverleners gehouden en deze website ontwikkeld. Met deze activiteiten en de netwerken waarin met name Reliëf functioneert, is de verdere uitwerking van het thema en implementatie in het werkveld gewaarborgd.

Voor het volledige eindrapport, zie hieronder:

Wetenschappelijk onderzoek

Werken met levensverhalen in de VG-sector

Relief is gestart met een onderzoek naar de praktijk van het werken met levensverhalen in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Dit heeft geleid tot een inventarisatie van de methoden die in deze sector gebruikt worden.

U vindt het overzicht van de methoden hier .

Mist u een methode, of hebt u vragen over deze weergave, aarzelt u niet contact met ons op te nemen.

Relevante publicaties

Er is een aantal wetenschappelijke publicaties verschenen over het project:

  • R.R. Ganzevoort & J. Bouwer, ‘Life story methods and care for the elderly. An empirical research project in practical theology’. In: Ziebertz, H.-G. & Schweitzer, F. (eds.) Dreaming the land. Theologies of Resistance and Hope. Münster: LIT, 2007, 140-152.
  • Thijs Tromp & R. Ruard Ganzevoort, ‘Narrative competence and the meaning of life. Measuring the quality of life stories in a project on care for the elderly.’ In: Francis, Leslie J., Robbins, Mandy & Astley, Jeff (eds.) Empirical Theology in Texts and Tables. Qualitative, Quantitative and Comparative Perspectives. Leiden: Brill, 2009, 197-216.
  • Thijs Tromp en Johan Bouwer, Narrativiteit, levensboeken en constructie van zin. Naar een instrument voor het meten van de effecten van het maken van levensboeken op de constructie van zin in het levensverhaal. In: Psyche en Geloof 18(3), 2007, 136-152.

Er zijn verschillende populaire en beroepsgerichte publicaties over het projectverschenen:

  • Wout Huizing, ‘Oud maar niet af, overwegingen bij zorgvisie en zorgaanbod’, in: Paul Mulders, Oud maar niet af, Tilburg 2005.
  • W. Huizing, ‘Verhalenderwijs, over het belang en betekenis van levensverhalen’, in: Verhaal halen, verhalen van mensen rond deOosterkerk, 2005, 3-12.
  • Wout Huizing, ‘Ik zou er wel een boek over kunnen schrijven’ in: OpenVensters, oecumenisch maandblad voor ouderen, februari 2005, 4-6.
  • Thijs Tromp, ‘Een wereld van verhalen. Methodiekverkenning in kort bestek’, Geron, Tijdschrift over worden & maatschappij 7(4), 2005, 8-11.
  • Ruard Ganzevoort, ‘Finale of epiloog. De functie van levensverhalen bij het ouder worden’, Geron, Tijdschrift over worden & maatschappij,7(4), 2005, 4-7.
  • M.E. v.d. Brandt, E.v.d.Helm, W. Huizing, T. Tromp en S.Vink,Levensboeken, ouderen in gesprek met vrijwilligers over hun levensverhaal. (De handleiding Open Kaart herschreven voor vrijwilligers), Den Haag 2006.
  • W. Huizing en T. Tromp, ‘Werken met levensboeken in de praktijk van de ouderenzorg’, in: E. Bohlmeijer, L. Mies, G. Westerhof (red), De betekenis van levensverhalen. Theoretische beschouwingen en toepassingen in onderzoek en praktijk, Houten, 2007, 401-414.
  • Wout Huizing en Thijs Tromp, Mijn leven in kaart. In gesprek met ouderen over hun levensverhaal, Houten 2007.
  • Han Koolhof, Mijn leven in kaart, Ieder mens ís zijn eigen verhaal. Interview met Wout Huizing en Thijs Tromp in GGZ nieuwsbrief 10, 2007, 1-2.
  • Ernst Bohlmeijer, Thijs Tromp & Bill Randall, Leerprogramma narratiefwerken. Toepassing in het hoger beroepsonderwijs. Utrecht: Trimbosinstituut 2007 (www.trimbos.nl)
  • Suzanne Verbaan, ‘Levensboek greep op je verleden. Interview met Wout Huizing en Thijs Tromp’, Algemeen Dagblad, bijlage Diagnose21 januari 2008.
  • Marjolein Wolf, ‘Levensverhalen: de sleutel tot welbevinden’, in:Activeiten Sector, 5, mei 2008 (verslag workshop Wout Huizing op congres Cerein, verhalen verbinden).
  • Marcelle Mulder, ‘Aandacht voor levensverhalen’, Cliënt & Raad, juli 2008.
  • Wout Huizing, ‘Mijn leven in kaart, met ouderen in gesprek over hun levensverhaal’, Bulletin Werk en Dagbesteding, 2, 2008, 17-21.
  • Artikelen van Wout Huizing, Thijs Tromp en Esmé v.d. Helm in het kwartaalblad Zin in Zorg van Reliëf, christelijke vereniging van zorgaanbieders, gedurende de periode 2004-2008. Zie onder andere Zin in Zorg 2008, no.1, zin in zorg over levensverhalen.

Publicaties over levensverhalen buiten het project om zijn:

  • Gonnie Jansen: Aandacht voor levensverhalen, in tijdschrift Pallium, nr. 3: september 2008
  • Steffie van den Oord: Eeuwelingen. Levensverhalen van honderdjarigen in Nederland, 2002
  • E. Bohlmeijer, L. Mies, G. Westerhof, De betekenis van levensverhalen. Theoretische beschouwingen en toepassingen in onderzoek en praktijk, Houten 2007
  • E. Bohlmeijer, De verhalen die we leven. Narratieve psychologie als methode, Amsterdam 2007
  • F. van Beek, M. Schuurman, Werken met levensverhalen en levensboeken. Praktische handleiding voor begeleiders, Houten 2007
  • R. Ruard Ganzevoort, J. Visser, Zorg voor het verhaal. Achtergrond, methode, en inhoud van pastorale begeleiding, Zoetermeer 2007

 

Partners in de zorg om het verhaal

Er wordt door Reliëf voortdurend aandacht besteed aan de ontwikkeling van een netwerk om de aandacht voor levensverhalen in de zorg te stimuleren.

Daarbij wordt nadrukkelijk gezocht naar verbinding en aanknoping met andere projecten en methodieken die zijn ontwikkeld. De visie is dat de inzet en activiteiten van vele betrokkenen de aandacht voor levensverhalen in de zorg ten goede zal komen. Er wordt niet gedacht vanuit ‘concurrentie’, maar geprobeerd om krachten te bundelen en de vele ingangen en mogelijkheden onder de aandacht te brengen. Onderstaande lijst van partners is daarbij bedoeld als wegwijzer.

Reliëf werkt op het gebied van levensverhalen in de zorg nauw samen met:

Andere belangrijke links zijn:

Brancheorganisaties:

Mensen met een verstandelijke beperking:

Onderzoek en wetenschap:

Ouderenzorg:

Levensboek maken:

Consultancy / coaching:

Anders:

 

Ervaringen

 

Ervaringen van verzorgenden die met ouderen een levensboek maakten

"Nooit geweten dat de bijzonderste vrouw uit Nederland bij ons in het verzorgingshuis woont."

"Wat ik belangrijk vind is dat meneer zijn eigen verhaal kan vertellen en zelf bepaalt wat hij in het levensboek wil hebben en wat niet. Soms gaf hij in een gesprek aan dat hij me iets vertelde, maar dat ik dat niet moest opschrijven. Dat maakte het wel bijzonder. Kennelijk vertrouwde hij me bijzonder. Wat ik ook in deze ontmoetingen heb geleerd over meneer, is dat hij heel erg trots is op zijn werk en dat hij het heel belangrijk vindt dat iemand een opleiding volgt en afrondt. "

"Meneer wilde graag over de tijd te praten dat hij in het leger zat (Nederlands Indië leger). Meneer had hierover enorm veel te vertellen, het was interessant om naar te luisteren. Hij zat nog steeds met de vraag waarom ze als 'misdadigers' in Nederland zijn onthaald toen ze terugkwamen uit Nederlands Indie. Dat steek hem nog steeds. Meneer vertelde ook dat hij nu- waarom wist hij ook niet - erg veel met vroeger bezig was en het erg prettig vond om hierover met mij te praten. De band tussen meneer en mij als verzorgende wordt persoonlijker, maar dit ervaar ik als prettig. Meneer vertelde dat hij de gesprekken ook erg prettig heeft gevonden, maar dat het ook wel emotioneel was, je haalt toch dingen weer omhoog."

"In de gesprekken met mevrouw W. ben ik veel over haar te weten gekomen, vooral: wat haar leven voor haar betekende en hoe het leven haar gevormd heeft. Ik begrijp nu beter waarom ze voorzichtig is met het nemen van kleine beslissingen, en waarom ze niet graag in de eetkamer met de andere bewoners komt kletsen. Ik vind het bijzonder dat mevrouw mij dingen vertelt die maar weinig mensen weten, dat mevrouw mij vertrouwt. Geweldig zoals zij ondanks moeilijke periodes toch vrolijk in het leven staat."

"Ik ben blij dat ik met mevrouw S. heb mogen praten over haar leven. Door haar wat extra aandacht te geven, ben ik zelf heel wat wijzer geworden over haar gewoonten, en ik denk dat mevrouw zich prettiger is gaan voelen in haar huidige situatie. Ze is een heel zelfstandig iemand, en nu kan ze niet zoveel meer zelf. Ik had nooit gedacht dat ze dat zo erg vond! Mevrouw gaf zelf ook aan dat ze het jammer vond dat de serie gesprekken erop zit, ze vond het zo gezellig, eindelijk wat extra aandacht."

"Mevrouw W. en ik hebben door onze ontmoetingen een speciale band gekregen, dat gaf mevrouw expliciet aan. Dat maakt me best een beetje trots. Mevrouw kan een ‘lastig type’ zijn, maar ik merk dat we elkaar nu beter begrijpen en dat ik het prettig vind voor haar te mogen zorgen."

"Toen ik het levensboek aan mevrouw K. presenteerde, heeft ze me een kostbare vaas gegeven. Ik wilde die niet aannemen, maar ze stond erop. 'Kind', zei ze, 'Wat jij me hebt gegeven is veel meer waard dan honderd vazen bij elkaar'. De vaas staat nu in de hal van het verzorgingshuis."

 

Ervaringen van ouderen die een levensboek maakten

‘Oud worden vind ik een gunst. Ik kijk heel optimistisch naar de laatste jaren dat ik hier nog ben. Ik heb heel veel steun aan mijnkinderen en kleinkinderen. Ik zou best 100 jaar willen worden. Ik heb altijd graag geleefd, ik ben niet van het sikkeneurige soort. Het maken van dit boek heeft ervoor gezorgd om de boel wat meer ‘op een rijtje’ te krijgen, en ik kan zeggen: ik ben overal blij mee geweest.’

‘Ik had geen zin om aan dit project mee te doen, maar mijn vaste contactpersoon Thea heeft aangedrongen. Zij dacht dat het misschien wel goed voor mij zou zijn. Ik dacht dat het niet zo interessant zou zijn, want ik heb niet zoveel meegemaakt en ik kan slecht verhaaltjes vertellen. Maar ineens kwamen er allemaal herinneringen naar boven en heb ik fijne gesprekken gehad. De verzorgende zei dat ik een mooie stem heb en dat ze het leuk vond om wat meer over mij te weten te komen. Dat vond ik wel bijzonder.’

‘Als ik op mijn leven terugkijk dan is de hogere schoolleeftijd de leukste periode van mijn leven geweest, omdat het leven toen onbezorgd was en de kattekwaad die je uit kon halen. Ook zit je dan nog vol verwachtingen van het leven. Ik bekijk het leven nu anders dan vroeger. Vroeger was ik nog onbezorgd. Je komt erachter dat het leven zo kort is, het vliegt aan je voorbij.’

‘Bij ons thuis werd vroeger niet gepraat. En nu kan ik dat nog steeds niet zo goed. Maar ik heb voor het boek veel foto’s tevoorschijn gehaald en ook mijn vriendin en mijn kinderen gevraagd om foto’s. De verzorgende heeft geholpen om er teksten bij te zetten. Zo is het toch een mooi boek geworden. Een van mijn kleinkinderen zei: opa maakt een stripboek!’

‘Met veel plezier heb ik medewerking verleend aan het project om levensboeken te maken. Ik heb nu een prachtig boek om aan mijn kinderen en kleinkinderen na te laten. Ik hoop dat ze er wat van kunnen leren en er nog eens inkijken als ik er niet meer ben.’

 

Ervaringen van familieleden die met hun (groot)moeder of (groot)vader een levensboek maakten

Reactie van een dochter die met haar moeder een levensboek maakte:

Nadat mijn vader overleden was, kreeg mijn moeder een moeilijke tijd. Niet alleen moest ze zich, na ruim 55 jaar, richten op een leven alleen, ook kreeg ze – eigenlijk voor het eerst in haar leven – gezondheidsproblemen. Een en ander leidde ertoe dat ze wat somber werd en niet meer zoveel belangstelling voor de dingen om haar heen had. Wij, haar dochters, hoopten dat de methode uit Mijn leven in kaarthaar wat afleiding zou geven en wilden graag ook haar levensverhaal horen en vastleggen.

We verdeelden de thema’s en iedere dochter had twee gesprekken met onze moeder. In het eerste werden de vragen per thema gesteld en de antwoorden opgeschreven. Het tweede gesprek werd gebruikt voor eventueel aanvullingen en om onze moeder het door ons geschreven verslag te laten nakijken zodat de nog dingen kon veranderen of toch maar weglaten.

Het waren niet altijd makkelijke gesprekken. In het boek wordt ook al genoemd dat het heel verschillend is of je een onbekende of je eigen moeder interviewt. Soms was het confronterend of ongemakkelijk, zeker ook omdat we geen familie zijn die normaal gesproken echt met elkaar praat. Het was in ieder geval goed dat we als zussen onderling een beetje tegen elkaar konden spuien en dat leverde verrassende inzichten in elkaars ervaringen op.

Omdat mijn moeder altijd veel gefotografeerd heeft, hebben we ervoor gekozen om veel ruimte te maken voor haar foto’s. Ook hebben we diverse dingen als geboortekaartjes, bonnenboekjes uit de oorlog enzovoort ingescand. We hebben gekozen voor een semiprofessionele uitgave van het boek bij de fotoalbumafdeling van de Hema. Het vormgeven was nog een hele klus, maar wel erg leuk om te doen.

Bij de officiële uitreiking van het boek was mijn moeder erg zenuwachtig; zoveel aandacht is ze bepaald niet gewend. Dat ze er uiteindelijk wel blij mee is, kunnen we afleiden uit het feit dat ze het boek aan al haar zussen en broers heeft laten zien en ons dan heel trots vertelt dat zij ‘ook graag zo’n mooi boek willen hebben’.

 

Gedicht

De mens is een verhaal
dat begint met een schrei
en eindigt met een zucht.
Elke dag
voegt zich een nieuwe bladzijde in de rij.

De vraag is
wordt het een romance
een tragedie
of een uit de kluiten
gewassen klucht?

Verwelkom je vader en je moeder
de grond van je geboorte
de leermeester en de voedvrouw.
Verwelkom de krassen op je ziel
de ontmoetingen van de dag.
Lees je lot met liefde.

Luister naar de momenten
naar de momenten
naar de momenten
momenten
dat je hart openging.
Het leven vraagt je ten dans
volg en laat je leiden
tot jij het overneemt
spontaan.

Dan schrijf je geschiedenis.

Ernst Bohlmeijer