De Zorgrelatie Zin in Zorg 2012-2

10 aug.

De bijzondere verbondenheid tussen arts en patiŽnt

De heer Van Krieken komt al vele jaren bij dokter Smilde en vindt haar een ‘kei' van een dokter. Cynthia Lieshout, eindredacteur van Zin in Zorg, ging in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch in gesprek met oncologe Tineke Smilde en de heer en mevrouw Van Krieken. Ze spraken over de bijzondere verbondenheid tussen arts en patiënt.

Meteen al bij binnenkomst van het echtpaar Van Krieken in de spreekkamer van dokter Smilde valt de hartelijke en gemoedelijke sfeer op. Ze tutoyeren elkaar, er worden over en weer grappen gemaakt. Er is cake en met een kop koffie erbij raken we vanzelf in gesprek. Meneer Van Krieken vertelt: "In 2005 is bij mij nierkanker geconstateerd. Mijn nier is verwijderd, ik heb uitzaaiingen gekregen, in een bijnier en in m'n longen. Ik ben vier keer geopereerd. Maar al met al zijn de uitzaaiingen toch niet weg te krijgen. Met pillen houden we ze nu onder controle. Twee soorten zijn er al mee gestopt, en ik weet dat de klap een keer komt dat ook deze hun werk niet meer doen. Het is en blijft spannend. Meestal kan ik er goed mee omgaan, maar ik heb ook wel een tijd gehad dat ik het somber inzag, dat ik werkelijk dacht dat het afgelopen was met me. Ik heb toen de dokter gebeld, een begrafenisondernemer gebeld en alles geregeld." Mevrouw Van Krieken vult haar man aan: "je bent toen een poos depressief geweest". "Ja", zegt mijnheer, "maar daar heb ik me toch weer weten uit te vechten."  

Dokter Smilde licht toe welke therapie de heer Van Krieken momenteel krijgt: "het is een doelgerichte therapie, met tabletten. Het is niet echt chemo, maar heeft wel degelijk ‘echte' bijwerkingen. Van Krieken is nogal een bikkel en verdraagt het gelukkig allemaal wel, maar er gebeurt toch heel wat in het lijf. Zeker in het begin moet je dat goed in de gaten houden." Meneer en mevrouw Van Krieken knikken instemmend. "Dat heeft Tineke heel goed opgevangen," vertelt meneer: "in het begin zat ik elke week hier, ik moest er nog vertrouwen in krijgen. Later durfde ik het wat meer los te laten. Maar ik weet ook dat als er iets is en ik bel, ze er voor me is. Dat geeft mij een heel goed gevoel. " Kijkend naar zijn vrouw corrigeert de heer Van Krieken zichzelf: "dat geeft óns een goed gevoel. Mijn vrouw komt altijd mee, het is ook een onderdeel van haar leven."  

De band met dokter Smilde is heel goed. De arts vertelt: "We hebben elkaar natuurlijk vaak gezien, ook op angstige momenten. Nu gaat het goed, maar dat is ook wel heel anders geweest. Bijvoorbeeld toen de eerste keer de tabletten hun werk niet meer deden, dat was heel spannend. Het is een intensief contact. En daarnaast is het ook zo dat je met sommige mensen gewoon een ‘klik' hebt, je verstaat elkaar. Het krachtige aan jullie," zegt dokter Smilde richting het echtpaar, "is dat jullie allebei het leven ten volle leven, het nemen zoals het komt. En dat gaat nu goed, maar er is natuurlijk wel degelijk ziekte, die ook beperkingen met zich meebrengt en daar loop je soms vol tegenaan. Je hebt de afgrond gezien, bent daar heel dichtbij geweest. En toen mocht je er weer van weg, maar je weet dat die rand er nog is, en soms kronkelt de weg er weer naar toe, en buigt dan weer af. Dat is héél moeilijk. En mijn ervaring, ook mijn eigen ervaring, is dat de buitenwereld dat toch slecht begrijpt.  

Tineke Smilde heeft aantal jaren geleden zelf haar echtgenoot verloren aan kanker. "Het is niet erg als mensen dat weten. Ik zal er niet mee koketteren, maar het is geen geheim. Het maakt dat mensen soms eerder durven zeggen wat er niet goed gaat, ook thuis. Ze weten dat ik ook de ellende ken. Zo heeft wat er in mijn eigen leven is gebeurd me eigenlijk geholpen in het vak." Mevrouw Van Krieken: "Het maakt haar tot een heel menselijke dokter. Ze weet dat er buiten de muren van het ziekenhuis nog veel meer met mensen gebeurt." Meneer Van Krieken vult aan: "bij Tineke voel ik me allereerst een mens en geen dossier met een nummer."  

Op de vraag hoe zij de relatie met meneer en mevrouw Van Krieken zou omschrijven antwoordt dokter Smilde: "Vriendschap is een woord dat niet past, daarvoor is het teveel een professionele arts-patiënt-relatie. Ik noem het eerder verbondenheid; een oprecht gevoel van verbondenheid, als je zó lang al met iemand de weg loopt. Dat is ook hoe ik mijn rol zie. Zij moeten uiteindelijk de weg gaan, maar ik loop met hen mee, kan hier en daar wat sturen. Dus als er bijvoorbeeld een scan is gemaakt en de volgende afspraak duurt nog een poosje, dan bel ik even op, geef ik vast even door dat het er goed uitziet. Ik weet hoe spannend het is om op een uitslag te moeten wachten. Dat vind ik gewoon menselijke zorg! En de secretaresse weet ook, dat als Van Krieken belt, wie dat is, ook zij kent het verhaal. Dat is wel iets waar we in een grote organisatie voor moeten waken." "Zoiets lijkt een kleinigheidje," reageert meneer Van Krieken, "en zo'n telefoontje duurt misschien maar een minuut. Maar het maakt een groot verschil. Het scheelt ons dagen- en nachtenlang in spanning afwachten."  

"Dat is mijn bezwaar," vult dokter Smilde aan, "tegen de huidige geprotocolleerde zorg, waarin zelfs voorgeschreven is hoe vaak ik iemand op controle mag zien. In die richtlijnen zit de mens niet, en wat die mens nodig heeft. Natuurlijk zijn protocollen niet verkeerd, en hebben we die ook nodig. Maar het gaat om de menselijke maat." Van Krieken: "sommige bezoeken zijn maar heel kort, dan sta ik zo weer buiten. Maar als het mis is, dan maakt ze alle tijd, hoeveel mensen er ook nog in de wachtkamer zitten." Smilde: " Je weet op een gegeven moment wat je aan elkaar hebt. Dat als het goed gaat een kort gesprek volstaat. Maar als het niet goed gaat, dan heeft iemand ook recht op alle tijd. En die nemen we dan ook. Het verlengde van die verbondenheid is dat het mij ook niet onberoerd laat als het niet goed gaat. Dat is de consequentie van verbondenheid. Je gaat werkelijk een relatie aan. Het komt niet zó dicht bij dat je beslissingen gaat nemen op basis van emoties, dat zou ook niet goed zijn. Maar dat neemt niet weg dat je als dokter best emotie mag hebben. Ik heb daar wel eens discussie over, in de opleiding of met collega's  die daar veel terughoudender in zijn. Ik word niet door emoties overspoeld, maar ik héb ze wel en dat mogen mensen best zien." "Nou," reageert meneer Van Krieken, "mij doet het echt goed om dat te merken. Ik voel me echt als mens gezien."  

Smilde vervolgt: "Mensen denken soms dat mijn werk alleen maar zwaar is, maar het is ook heel mooi. Juist die wederzijdse verbondenheid en waardering. Dat wil ik ook benadrukken bij meneer en mevrouw Van Krieken; zij laten zien dat ondanks wat er gebeurt, je het leven kunt blijven leven. Met alle ups en downs, ze blijven léven. Ik vind dat levenskunst. Niet woedend of verbitterd raken, maar het leven nemen zoals het komt. Ik vind dat mooi om te zien, ik krijg daar ook energie van, ben ook dankbaar voor die wederzijdse relatie. Als ik een scan van meneer zie die ‘goed' is, dan ben ik oprecht blij. Elke keer weer."  

"Ik had hier natuurlijk liever niet gezeten," zegt meneer Van Krieken als we het gesprek afsluiten, "want dan was ik nog gezond geweest. Maar nu ik kanker heb, had ik geen betere dokter kunnen treffen. Ik ben in goede handen!"

Terug naar nieuws