Op Locatie Zin in Zorg 2012-2

10 aug.

"VOOR ALLEN!"

De kapel is hoog en licht. Er hangt een kleurig kleed over de altaartafel. Bewoners druppelen naar binnen en worden door vrijwilligers naar hun plaatsen begeleid. De ruimte vult zich met het geluid van geroezemoes, kleine gesprekjes, roepen en puffen. Handen zwaaien en er worden handdrukken gewisseld. Bewoner Marcel vuurt een staccato van grappen op ons af. Jenny komt naast ons zitten, ernstig, met een enorme knaloranje zonnebril op haar neus. "Jenny is altijd met de koningin bezig", legt vrijwilligster Marloes uit. "Ik ben morgen jarig", vertelt Jolanda trots, "ik mag zo de kaars aan maken."

Gemeenschap

Karin Seijdell werkt als geestelijk verzorger op Lunet zorg, locatie Eckartdal in Eindhoven, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Vanavond gaat ze voor in de kerkdienst. "Onvoorwaardelijke acceptatie. En gemeenschap." Dat zijn voor Karin de kernwoorden. "Dit is een unieke plek. Alle niveaus en alle stoornissen ontmoeten elkaar hier. De één pikt de sfeer mee, de ander volgt het verhaal. Een derde vindt het fijn om te bidden." Wij doen mee en voelen ons onmiddellijk in de kring opgenomen. "Dat is wel een applausje waard", zegt grapjesmachine Marcel als Karin ons welkom heet. En bewoner Jan komt onder het delen van het brood naar ons toe en drukt ons vriendelijk en stevig de hand: "Ik ben hier de directeur. Welkom." Precies, hier is geen sprake van hoog en laag. Hier, onder de hoede van het kruis, een simpel kruis gemaakt van twee ruwe boomstammen, zijn we allemaal directeuren. En is de voorganger dus weloverwogen en professioneel kwetsbaar. "Je kunt niet buiten schot blijven", legt Karin uit, "je hebt geen autonomie."  

In koor

Geen eenrichtingsverkeer maar symfonie, we zien het gebeuren. De liederen hebben refreinen en slotregels die door de bewoners met kracht worden meegezongen en herhaald. Het gezongen kyriëlied klinkt extra indringend, omdat de bewoners er in de loop der tijd hun eigen "Waarom? Waarom?" aan hebben toegevoegd. Als Karin vraagt te helpen de tafel klaar te maken, haalt een stoet van bewoners van achteren uit de kapel kaarsjes en hosties op. Bij het afruimen van de tafel is de stoet verdubbeld. Bewoners kijken blij en trots. Venessa leest het openingsgebed, Sandra en Daphne bidden het tafelgebed. Zachtjes zegt Karin de regels voor, zij zeggen die door de microfoon hardop na. Als Karin bidt, worden haar woorden regel voor regel door de bewoners herhaald en met eigen woorden uitgebreid. De voorbeden zijn een koor van stemmen. "Wie van jullie wil graag bidden. En voor wie?" Met de microfoon loopt Karin alle bewoners langs. "Voor mamma." "Voor Ficus en mij samen." "Ik wil voor Kim bidden die vandaag gaat rijlessen." "Voor pappa in de hemel die dood is." "Ik wil ook voor jou bidden, Karin, en voor je zoon thuis." "En alle mensen die hier wonen."  

Lef

Het middendeel van de symfonie wordt gevormd door bijbeltekst en preek. Dat is hard werken, licht Karin toe. "Het wreekt zich meteen, als ik te weinig tijd in de voorbereiding heb gestoken. Ik wil het verhaal dicht bij de mensen brengen. Dat ze op de één of andere manier voelen dat het over hen gaat. Dat is zwaarder dan in een 'gewone' dienst. Daar haken de mensen wel weer aan. Maar als ik ze hier kwijt ben, ben ik ze kwijt. Ik ben me gaan bekwamen in theater. Om te leren: hoe kom ik tot de kern van zo'n verhaal. Dat vergt lef. Ik stel me kwetsbaar op. Zoals bij de Griekse vrouw die zo wanhopig is, maar door Jezus afgewezen wordt. Hoe afgewezen kun je wezen!" Karin leest het bijbelverhaal over Jezus die zich terugtrekt in Tyrus en daar verborgen wil blijven. Over de Griekse vrouw die toch naar hem toe komt, omdat haar dochtertje ziek is. En die zich niet bij Jezus' weigering neer legt: "Heer, ook de hondjes onder de tafel eten van de kruimels van de tafel." Karin begint haar preek door met de bewoners in gesprek te gaan. Ze loopt met haar microfoon de kapel door. "Wie heeft vroeger een hondje gehad?" "Ja." "Ja." "Een hondje." "Ik." Handen gaan omhoog. "Wat at ie?" "Brokken. Hondenbrokken!" "Ja. Honden eten hondenbrokken. En wie heeft zijn hond wel eens brood gegeven?" "Brood!" "Ja." "Nee.........brokken!" Het bijbelverhaal is dichtbij gehaald. Karin gaat even weg uit de kapel. Ze doet haar donkere gebedsmantel uit.  

Samen 

Gehuld in een sober, lichtkleurig gewaad komt ze weer terug. Ze is de Griekse moeder geworden. En neemt de bewoners mee in haar verhaal. Ze delen in haar verdriet en in haar gevoel er niet bij te horen. Maar ook in haar vasthoudendheid en in de doorbraak die haar woorden bij Jezus bewerken. "Jezus, u moet mij ook helpen, een vreemde vrouw zoals ik", vertelt Griekse-Karin. "Ik moest hem er even aan herinneren. Hij is voor alle mensen gekomen." De bewoners herhalen en vallen haar bij: "Voor allen!" Aan het slot van de preek, weer in gebedsmantel, laat Karin de bewoners dit "voor allen" nog een keer aan den lijve ervaren. Ze roept een paar mannen, vrouwen en mensen met grijze haren naar voren. "Wie van jullie is een man? Alle mannen horen er bij - en de vrouwen niet. Vinden jullie dat een goed idee?
"Nee", roepen de bewoners. "Bij dezen besluit ik dat alle mensen met grijze haren er niet meer bij horen. En de vrouwen ook niet meer. Goed idee?" "Nee', roepen de bewoners opnieuw, harder nu. "Dus alle mensen horen er bij", reageert Karin, "jong of oud........" ".........oud of jong", vult een bewoner aan. En weer een ander roept: "Maakt niks uit." Het wordt door iedereen zingend bevestigd: "Alle mensen samen, niemand is alleen, rond de ene tafel, alle mensen één."

Terug naar nieuws