Onderzoek en praktijk

Mijn leven in kaart is ontwikkeld om onderzoek te doen naar de effecten van het maken van levensboeken op het welzijn van ouderen. Hier vindt u de achtergronden van verhalend werken in de zorg en de resultaten van ons wetenschappelijk onderzoek.

 

In het werken in ouderenzorg en -welzijn, worden levensboeken al lang als waardevol beschouwt. Reflecteren op het eigen levensverhaal kan mensen helpen "grip" te krijgen op de levensloop, het kan houvast en troost bieden, zingeving, maar ook de mogelijkheid van overdracht op de volgende generatie. Daarnaast biedt het levensverhaal een bijzonder waardevolle bron van informatie voor (de hulpverlening in) de omgeving van de oudere.

De onderzoekers vroegen zich af hoe het kan dat zoiets schijnbaar simpels als het vertellen van een levensverhaal effecten kan hebben op welbevinden en de kwaliteit van de geboden zorg. Daarom heeft de projectgroep rondom die centrale vraag een aantal deelvragen ontwikkelt, en van de uitkomsten wordt hieronder verslag gedaan. Het basisonderzoek is in 2010 afgesloten, maar de implementatie van de resultaten gaat door, net als het werken met levensverhalen een never ending story is.

 

Waarom werken we met levensverhalen? De narratieve benadering in de zorg

Reliëf zet zich al jaren in voor meer aandacht voor het levensverhaal in de zorg. Want aandacht voor het levensverhaal hoort bij goede zorg, verleend vanuit een christelijk perspectief.

Goede zorg staat of valt met de manier waarop we de zorgrelatie aangaan en onderhouden. Vanuit christelijk perspectief zijn eerbied, aandacht, liefde, vertrouwen, hoop, geduld, moed en opoffering richtinggevend. Deze typering is uiteraard niet exclusief christelijk – gelukkig niet. We merken bij Reliëf hoeveel zorgverleners, bestuurders en cliënten deze visie delen.

Vanuit deze visie zet Reliëf zich in voor een verhalende of narratieve benadering in de zorg. Om minstens vier redenen:

  • In de eerste plaats leren zorgverleners en cliënten elkaar door de aandacht voor het levensverhaal op een andere manier kennen. Zorgverleners leren te begrijpen wat het omgaan met iemands ziekte of handicap voor de cliënt betekent. Zo kan de zorgrelatie verbeteren en kan de zorg beter aansluiten bij de persoonlijke betekenisgeving van de cliënt.
  • In de tweede plaats helpt de aandacht voor het levensverhaal de cliënt om haar identiteit in stand te houden. Vooral in de context van een instelling (bijvoorbeeld intramurale voorzieningen voor gehandicapten, gesloten jeugdinrichtingen, verpleeghuizen of verzorgingshuizen) kan de persoonlijke identiteit onder druk komen. De leefomgeving drukt immers een belangrijk stempel op de persoonlijke identiteit. Verhuizen naar een instelling brengt altijd verlies met zich mee. Bestaande contacten veranderen van karakter en de vertrouwde woonomgeving moet achtergelaten worden. Als de instelling bewoners ook nog reduceert tot rechtspersonen die aanspraak maken op contractueel vastgelegde diensten en producten, dan is de kans op hospitalisatie en identiteitsverlies groot. Aandacht voor het levensverhaal, op verbale maar ook op non-verbale wijze, kan helpen de bestaande identiteit te ondersteunen en die identiteit te verbinden met de nieuwe omgeving.
  • In de derde plaats blijkt het levensverhaal een goede ingang te zijn om met cliënten over hun zinervaring te communiceren. Dat geldt niet alleen voor de zeer oude mens of de terminaal zieke patiënt die de behoefte hebben om de balans van hun leven op te maken. Ook voor andere cliënten vormt de communicatie over het eigen levensverhaal vaak een aanleiding om de zin van het eigen leven ter sprake te brengen. Het is niet toevallig welke gebeurtenissen een centrale plaats krijgen in het levensverhaal. Die wandeling met oma, dat bezoek aan de Apenheul, van dat ik ontdekte dat ik anders was dan anderen. De gebeurtenissen krijgen hun betekenis in de context van het levensverhaal. En dat verhaal vraagt om onderhoud. De voortgang van het leven vraagt om voortdurende herziening van het levensverhaal. En dat kan een mens niet alleen. Daar praat hij graag over met mensen die hem vertrouwd zijn. Bij de toenemende individualisering kan verwacht worden dat cliënten een groter beroep gaan doen op zorgverleners om met hen te communiceren over waar het op aan komt.
  • De vierde reden ligt in de verbindende kracht van verhalen. Door het luisteren naar en het vertellen van verhalen ontstaat een band. Niet alleen een emotionele band, er groeit ook een gezamenlijk verhaal. Verhalen delen, is verhalen verknopen. In onze tijd staat het zoeken naar een gemeenschappelijke identiteit volop in de belangstelling. Verhalen lijken geschikt om die zoektocht vorm te geven en tegelijk te werken aan nieuwe vormen van gemeenschap. Dat verklaart mogelijk het succes van projecten in grote steden waarin vrijwilligers met ouderen levensboeken maken. Zijn we weer op zoek naar de overdracht van waarden en wijsheid?

Een overvloed aan methoden
Inmiddels is er een bont scala aan verhalende methoden ontwikkeld. Vrijwilligers, activiteitenbegeleiders, creatieve therapeuten, verpleegkundigen, verzorgenden, psychologen, psychiaters en geestelijk verzorgers ontwikkelden levensverhaalmethoden of integreerden de narratieve benadering in hun werk. Deze ontwikkeling vindt plaats in praktisch alle sectoren en doelgroepen in de zorg. Kinderen, gezinnen, ouderen, mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, mensen met een chronische ziekte of een psychiatrische stoornis, dak- en thuislozen, migranten, pleegzorgjongeren etc. De methoden kunnen globaal ingedeeld worden in: 1) reminiscentieactiviteiten (het ophalen van liefst positieve herinneringen, in groepen of individueel aan de hand van zintuiglijke triggers), 2) life review (individueel, gestructureerd en evaluerend terugblikken op de gehele levensloop), 3) autobiografisch schrijven (het individueel of groepsgewijs vervaardigen van teksten over thema’s uit het eigen leven), 4) life history (het reconstrueren van het levensverhaal van de cliënt om doelen voor zorg en behandeling vast te stellen), 5) narratieve coaching (het inslaan van nieuwe wegen aan de hand bezinning op het levensverhaal in overgangsfasen) en 6) narratieve therapie (het vinden van een adequaat levensverhaal door herinterpretatie of het integreren van onverwerkte gebeurtenissen). Al deze methoden hebben uiteenlopende doelstellingen: het ondersteunen van de persoonlijke identiteit, het optimaliseren van de zorg, het zoeken naar nieuwe doelen in het leven, het opmaken van de levensbalans, de integratie van levenservaringen in een adequaat levensverhaal of combinaties hiervan.

De toekomst
De aanwas van methoden en benaderingen kan ertoe leiden dat je de weg kwijtraakt. Alles lijkt narratief, maar narratief is nog niet alles. Voor de toekomst is er daarom behoefte aan een eenduidiger omschrijving van de narratieve methoden en hun doelen. Daarnaast moet gewerkt worden aan verdere integratie van het levensverhaal in de bestaande zorgverlening, bijvoorbeeld in behandelplannen en in het zorg-leefplan. Anders blijft verhalend werken slechts een exotisch extraatje. Ten slotte is onderzoek naar de effecten van narratief werken van belang. Over de positieve effecten wordt veel beweerd en het enthousiasme is groot (dat bleek ook weer op het congres), maar beleidsmakers en bestuurders willen toch ook graag enige evidentie zien.

Onderzoek

Om die vraag te beantwoorden, deden we onderzoek naar het effect van het werken met levensboeken op het welbevinden van oudere zorgvragers, op de zorgrelatie tussen zorgvragers, zorgverleners en mantelzorgers en op de organisatie van zorg. Het onderzoek is tussen 1 december 2004 en 1 december 2008 uitgevoerd door een consortium van PThU, KASKI en Reliëf onder leiding van prof.dr.R.R. Ganzevoort en gefinancierd door ZonMw in het kader van het programma Gezond Leven. Aanvullende financiering werd verkregen van Stichting Deo Volente en Stichting Het Zonnehuis.

Het project had tot doel de effecten van het werken met levensboeken op vier plaatsen te onderzoeken:

  • op het welbevinden van ouderen
  • op de kwaliteit van de zorgrelatie
  • op de manier hoe ouderen vertellen over hun leven
  • onderzoek naar de implementie van het werken met levensboeken

Hiervoor is een quasi-experimenteel onderzoek opgezet waarin een groep hoogbejaarde zorgvragers een levensboek heeft gemaakt samen met een daarvoor getrainde verzorgende. De experimentele groep werd vergeleken met een controlegroep vergelijkbare zorgvragers die geen levensboek maakte maar wel gedurende de onderzoeksperiode extra aandacht kreeg. Bij beide groepen werd vooraf, direct na het maken van het levensboek (of de vergelijkbare periode) en vijf maanden daarna een vragenlijst afgenomen inzake welbevinden en kwaliteit van de zorgrelatie. Tegelijk werden de participanten uitgenodigd hun levensverhaal te vertellen. Dit verhaal werd opgenomen en later getranscribeerd, om het voor analyse geschikt te maken. Zo ontstonden twee soorten data, kwantitatief en kwalitatief.

De uitkomsten van het onderzoek zijn als volgt samen te vatten:

  1. Ondanks de hoge leeftijd van de betrokken ouderen en de relatief lichte interventie is er sprake van een robuust effect van de levensboekmethode op de narratieve competentie en constructie van zin in levensverhalen.
  2. De bewoners zijn tevreden over het levensboek, dat voor hen heel verschillende functies vervult.
  3. Aandacht, al dan niet in de vorm van een levensboekmethode, wordt ook blijkens dit onderzoek positief gewaardeerd.
  4. Het specifieke effect van een levensboekmethode op welbevinden en kwaliteit van de zorgrelatie boven niet-specifieke aandacht blijkt gering.
  5. Het maken van een levensboek heeft wel positieve effecten bij bewoners met een lage mentale gezondheid.
  6. Bij de implementatie van het werken met levensboeken zijn inbedding in een integrale zorgvisie en differentiatie naar doelgroep en doelstelling essentieel.

Het project heeft niet alleen deze onderzoeksuitkomsten opgeleverd, maar ook een belangrijke stimulans gegeven aan het werken met levensboeken in de ouderenzorg. Vanaf het begin is implementatie een belangrijk aandachtspunt in het project geweest. Er is een levensboekmethode ontwikkeld en gepubliceerd (Mijn leven in kaart) die in verschillende zorgcontexten verder wordt ontwikkeld (waaronder vrijwilligersprojecten en de zorg voor dementerende ouderen). Verder is er door Reliëf een congres voor zorgverleners gehouden en deze website ontwikkeld. Met deze activiteiten en de netwerken waarin met name Reliëf functioneert, is de verdere uitwerking van het thema en implementatie in het werkveld gewaarborgd.

Voor het volledige eindrapport, zie hieronder: 

 

Wetenschappelijk onderzoek

 

Werken met levensverhalen in de VG-sector

Relief is gestart met een onderzoek naar de praktijk van het werken met levensverhalen in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Dit heeft geleid tot een inventarisatie van de methoden die in deze sector gebruikt worden.

U vindt het overzicht van de methoden hier .

Mist u een methode, of hebt u vragen over deze weergave, aarzelt u niet contact met ons op te nemen.

 

Relevante publicaties

Er is een aantal wetenschappelijke publicaties verschenen over het project:

  • R.R. Ganzevoort & J. Bouwer, ‘Life story methods and care for the elderly. An empirical research project in practical theology’. In: Ziebertz, H.-G. & Schweitzer, F. (eds.) Dreaming the land. Theologies of Resistance and Hope. Münster: LIT, 2007, 140-152.
  • Thijs Tromp & R. Ruard Ganzevoort, ‘Narrative competence and the meaning of life. Measuring the quality of life stories in a project on care for the elderly.’ In: Francis, Leslie J., Robbins, Mandy & Astley, Jeff (eds.) Empirical Theology in Texts and Tables. Qualitative, Quantitative and Comparative Perspectives. Leiden: Brill, 2009, 197-216.
  • Thijs Tromp en Johan Bouwer, Narrativiteit, levensboeken en constructie van zin. Naar een instrument voor het meten van de effecten van het maken van levensboeken op de constructie van zin in het levensverhaal. In: Psyche en Geloof 18(3), 2007, 136-152.

Er zijn verschillende populaire en beroepsgerichte publicaties over het projectverschenen:

  • Wout Huizing, ‘Oud maar niet af, overwegingen bij zorgvisie en zorgaanbod’, in: Paul Mulders, Oud maar niet af, Tilburg 2005.
  • W. Huizing, ‘Verhalenderwijs, over het belang en betekenis van levensverhalen’, in: Verhaal halen, verhalen van mensen rond deOosterkerk, 2005, 3-12.
  • Wout Huizing, ‘Ik zou er wel een boek over kunnen schrijven’ in: OpenVensters, oecumenisch maandblad voor ouderen, februari 2005, 4-6.
  • Thijs Tromp, ‘Een wereld van verhalen. Methodiekverkenning in kort bestek’, Geron, Tijdschrift over worden & maatschappij 7(4), 2005, 8-11.
  • Ruard Ganzevoort, ‘Finale of epiloog. De functie van levensverhalen bij het ouder worden’, Geron, Tijdschrift over worden & maatschappij,7(4), 2005, 4-7.
  • M.E. v.d. Brandt, E.v.d.Helm, W. Huizing, T. Tromp en S.Vink,Levensboeken, ouderen in gesprek met vrijwilligers over hun levensverhaal. (De handleiding Open Kaart herschreven voor vrijwilligers), Den Haag 2006.
  • W. Huizing en T. Tromp, ‘Werken met levensboeken in de praktijk van de ouderenzorg’, in: E. Bohlmeijer, L. Mies, G. Westerhof (red), De betekenis van levensverhalen. Theoretische beschouwingen en toepassingen in onderzoek en praktijk, Houten, 2007, 401-414.
  • Wout Huizing en Thijs Tromp, Mijn leven in kaart. In gesprek met ouderen over hun levensverhaal, Houten 2007.
  • Han Koolhof, Mijn leven in kaart, Ieder mens ís zijn eigen verhaal. Interview met Wout Huizing en Thijs Tromp in GGZ nieuwsbrief 10, 2007, 1-2.
  • Ernst Bohlmeijer, Thijs Tromp & Bill Randall, Leerprogramma narratiefwerken. Toepassing in het hoger beroepsonderwijs. Utrecht: Trimbosinstituut 2007 (www.trimbos.nl)
  • Suzanne Verbaan, ‘Levensboek greep op je verleden. Interview met Wout Huizing en Thijs Tromp’, Algemeen Dagblad, bijlage Diagnose21 januari 2008.
  • Marjolein Wolf, ‘Levensverhalen: de sleutel tot welbevinden’, in:Activeiten Sector, 5, mei 2008 (verslag workshop Wout Huizing op congres Cerein, verhalen verbinden).
  • Marcelle Mulder, ‘Aandacht voor levensverhalen’, Cliënt & Raad, juli 2008.
  • Wout Huizing, ‘Mijn leven in kaart, met ouderen in gesprek over hun levensverhaal’, Bulletin Werk en Dagbesteding, 2, 2008, 17-21.
  • Artikelen van Wout Huizing, Thijs Tromp en Esmé v.d. Helm in het kwartaalblad Zin in Zorg van Reliëf, christelijke vereniging van zorgaanbieders, gedurende de periode 2004-2008. Zie onder andere Zin in Zorg 2008, no.1, zin in zorg over levensverhalen.

Publicaties over levensverhalen buiten het project om zijn:

  • Gonnie Jansen: Aandacht voor levensverhalen, in tijdschrift Pallium, nr. 3: september 2008
  • Steffie van den Oord: Eeuwelingen. Levensverhalen van honderdjarigen in Nederland, 2002
  • E. Bohlmeijer, L. Mies, G. Westerhof, De betekenis van levensverhalen. Theoretische beschouwingen en toepassingen in onderzoek en praktijk, Houten 2007
  • E. Bohlmeijer, De verhalen die we leven. Narratieve psychologie als methode, Amsterdam 2007
  • F. van Beek, M. Schuurman, Werken met levensverhalen en levensboeken. Praktische handleiding voor begeleiders, Houten 2007
  • R. Ruard Ganzevoort, J. Visser, Zorg voor het verhaal. Achtergrond, methode, en inhoud van pastorale begeleiding, Zoetermeer 2007